PUBLICATIE VAN DE HOGE GEZONDHEIDSRAAD nr 8365

Publicatie Van De Hoge Gezondheidsraad Nr 8365-Free PDF

  • Date:12 Apr 2020
  • Views:28
  • Downloads:0
  • Pages:33
  • Size:252.47 KB

Share Pdf : Publicatie Van De Hoge Gezondheidsraad Nr 8365

Download and Preview : Publicatie Van De Hoge Gezondheidsraad Nr 8365


Report CopyRight/DMCA Form For : Publicatie Van De Hoge Gezondheidsraad Nr 8365


Transcription:

Sleutelwoorden, Clostridium difficile preventie infectie diarree acute ziekenhuizen wooncentra woon en. zorgcentra,Gebruikte afkortingen en symbolen,BICS Belgian Infection Control Society. C difficile Clostridium difficile, CDAD Clostridium difficile geassocieerde diarree C difficile associated diarrhea. CDC Centers for Disease Control and Prevention U S Department of Health Human Services. CCFA Cycloserine Cefoxitine Fructose agar selectieve cultuurmedia. CFU Colony forming units,CIA chromatographic immunoassay. CPE Cytopathogeen effect, ECDC European Centre for Disease Prevention and Control.
EIA Enzyme Immunoassay,ELISA Enzyme Linked Immunosorbent Assay. GHD Glutamate dehydrogenase,HGR Hoge Gezondheidsraad CSS. HIV Human immunodeficiency virus,Ig Immunoglobulin antilichaam. MRSA Methicillin Resistant Staphylococcus aureus, NaDDC Natriumdichloorisocyanuraat dihydraat buffer. PCR Polymerase Chain Reaction,ppm Parts per million.
VRE Vancomycin Resistant Enterococci,WGO Wereldgezondheidsorganisatie WHO OMS. WIV Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid ISP IPH. WZC Woon en zorgcentra,Hoge Gezondheidsraad, Zelfbestuursstraat 4 1070 Brussel www health fgov be HGR CSS. INHOUDSTAFEL,INLEIDING 1,Waarom deze aanbevelingen 1. SAMENVATTING 1,Sleutelwoorden 2,Gebruikte afkortingen en symbolen 2. 1 Epidemiologie van Clostridium difficile 4,In het ziekenhuis 4.
In het woon en zorgcentrum 4,2 Microbiologische kenmerken en habitat 4. 3 Klinisch beeld 5,4 Risicofactoren 6,5 Reservoir en overdrachtswegen 7. 5 1 Overdrachtswegen 7,5 2 Reservoir 7,6 Een specifieke fysiopathologie 8. 7 Bacteriologische diagnose 9,7 1 Staalname 9,7 2 Opsporen van toxines en kweek 9. 8 Surveillance 12,8 1 Definities voor CDAD gevallen 13.
8 2 Definitie van epidemiologische termen 14,9 Preventie van CDAD 15. 9 1 Situering van het antibioticabeleid in de controle van CDAD 15. 9 2 Preventie van overdracht 15, 9 2 1 Algemene te nemen voorzorgsmaatregelen bij alle pati nten bewoners 15. 9 2 2 Aanvullende maatregelen op vlak van contact 16. 9 2 2 1 Kamerkeuze 17,9 2 2 2 Persoonlijke beschermingsmiddelen 17. 9 2 2 3 Handhygi ne en het dragen van handschoenen 18. 9 2 2 4 Reiniging en ontsmetting van de omgeving 20. 9 2 2 5 Ontsmetting van het materiaal en de kameruitrusting 24. 9 2 2 6 Behandeling van afval en linnen 25,9 2 2 7 Behandeling van eetgerei en dienblad 25. 9 2 2 8 Transport van een pati nt bewoner onder aanvullende voorzorgsmaatregelen 25. 9 2 2 9 De bezoekers 26,10 Samenvatting van de aanbevelingen 27.
10 1 Microbiologische diagnose 27,10 2 De preventie 27. 11 REFERENTIES 30,12 SAMENSTELLING VAN DE WERKGROEPEN 33. Hoge Gezondheidsraad, Zelfbestuursstraat 4 1070 Brussel www health fgov be HGR CSS. 1 Epidemiologie van Clostridium difficile,In het ziekenhuis. Verschillende recente publicaties hebben het probleem van Clostridium difficile geassocieerde. diarree CDAD in het ziekenhuis opnieuw actueel gemaakt In het ziekenhuis is deze bacterie. immers de belangrijkste oorzaak van nosocomiale diarree die een aanzienlijke negatieve invloed. in termen van morbiditeit en kosten heeft De meerkost is door verschillende auteurs op een. bedrag van 4 000 tot 6 000 EUR per geval geraamd Kyne et al 2002 Dit is voornamelijk. gerelateerd aan de behandeling en aan de verlengde hospitalisatieduur. In 2004 hebben verschillende Canadese publicaties een zeer belangrijke en significante stijging. meer dan 5 keer van de incidentie van CDAD gevallen over de laatste twee jaren aangetoond. Pepin et al 2004 Nog belangrijker de ernst van de gevallen is in aanzienlijke mate. toegenomen en sommige cijfers tonen aan dat de mortaliteit gemiddeld van 4 naar 13 is. gestegen met pieken tot 30 bij de oudste pati nten Pepin et al 2005. De epidemische stammen produceren grotere hoeveelheden toxines A en B dan gewoonlijk Ze. secreteren ook een derde toxine binaire toxine en zijn resistent tegen talrijke antibiotica. voornamelijk de fluorochinolonen Warny et al 2005 Deze laatste antibiotica zijn anderzijds. verdacht als uitlokkende factor voor epidemie n Pepin et al 2005 Die epidemie n worden door. het ribotype 027 van Clostridium difficile veroorzaakt. Het is zeer moeilijk een globaal idee over de incidentie van CDAD te bekomen door de diversiteit. van de gebruikte casusdefinities Ook in Belgi werden door verschillende ziekenhuizen. alarmboodschappen uitgestuurd meer specifiek vanuit geriatrische eenheden waar de. epidemie n soms oncontroleerbaar kunnen worden Cherifi et al 2006 Andere signalen komen. van centra voor langverblijf en van woon en zorgcentra. Tijdens de zomer van 2005 werd een hypervirulente C difficile stam gelijkend op deze. aangetroffen in Canada ge soleerd tijdens een epidemie in Engeland en later in Nederland Deze. stam is sindsdien ook ge dentificeerd in verschillende Belgische ziekenhuizen Joseph et. al 2005 Enkele epidemie n werden beschreven doch lijkt de incidentie van stam 027 in 2007. onder controle,In het woon en zorgcentrum, In de internationale literatuur gaat de prevalentie van asymptomatisch dragerschap van C difficile.
in de instellingen voor chronische zorgen van 5 tot 30 Rivera et al 2003 De prevalentie is. hoger na gebruik van antibiotica Het dragerschap kan langdurig zijn. De prevalentie van een C difficile infectie in Wooncentra en Woon en zorgcentra WC WZC. varieert tussen 2 1 en 8 1 Simor et al 1993 Voorzichtigheid is echter geboden bij het. vergelijken van deze percentages want het type instellingen bedoeld met het concept long term. care en nursing home is van land tot land erg verschillend. Volgens Simor loopt de incidentie van CDAD op tot 0 08 gevallen 1 000 bewoners dagen. 2 Microbiologische kenmerken en habitat, Clostridium difficile is een Gram positieve ana robe sporulerende bacil Alleen de toxinogene. stammen worden als pathogenen beschouwd, De toxinogene stammen produceren 2 toxines toxine A of enterotoxine en toxine B of cytotoxine. die darmlaesies induceren Lyerly et al 1998 Een 3de toxine het binaire toxine wordt door. bepaalde stammen met ribotype 027 geproduceerd Perelle et al 1997 De exacte rol van dit. binair toxine blijft nog onvoldoende gekend maar recente observaties suggereren een correlatie. tussen de aanwezigheid van dit toxine en de ernst van de diarree Barbut et al 2005. Hoge Gezondheidsraad, Zelfbestuursstraat 4 1070 Brussel www health fgov be HGR CSS. Bij de mens wordt C difficile teruggevonden in de stoelgang van pasgeborenen met een. frequentie die kan oplopen tot 70 Delm e et al 1988 Dit percentage neemt gestaag af. gedurende de eerste levensmaanden om rond de leeftijd van twee jaar het geobserveerde. percentage van de algemene volwassen bevolking te bereiken dit percentage wordt geschat. tussen 1 en 3, C difficile wordt eveneens teruggevonden in het spijsverteringskanaal van talrijke dieren. 3 Klinisch beeld, Sinds men in 1978 de rol van C difficile als verantwoordelijk agens voor pseudomembraneuze.
colitis ontdekte werd een brede waaier van klinische beelden geassocieerd met dit micro. organisme beschreven, Asymptomatisch dragerschap is frequent waarschijnlijk 2 tot 5 maal frequenter dan de. symptomatische aandoening die gaat van een goedaardige diarree die spontaan stopt bij het. einde van de antibiotherapie tot een levensbedreigende colitis McFarland et al 1989. Een CDAD is gewoonlijk een waterige diarree De stoelgang heeft een karakteristieke stinkende. geur herkenbaar door de zorgverstrekker die dergelijke pathologie reeds tegengekomen is. Slijm en occult bloed kunnen aanwezig zijn doch bloederige diarree is zeldzaam De diarree kan. gepaard gaan met buikpijn koorts en paralytische ileus. Een verhoging van het aantal witte bloedcellen is aantoonbaar bij ongeveer de helft van de. pati nten Deze verhoging kan zelfs het optreden van de diarree voorafgaan en is geassocieerd. met een ongunstige prognose indien hoger dan 20 000 elementen mm Bulusu et al 2002. Pepin et al 2004, Bij ernstige gevallen kunnen complicaties optreden zoals dehydratatie elektrolytenstoornissen. en in geval van pancolitis toxisch megacolon met soms een colonperforatie Het beeld van. toxisch megacolon is verraderlijk aangezien het zich kan uiten als een acute buikaandoening. zonder diarree McFarland et al 1986 De meest ernstige vormen doen zich over het algemeen. voor bij de oudere en of meer immuungecompromitteerde personen. Over het algemeen is C difficile verantwoordelijk voor 90 tot 100 van de gevallen van. pseudomembraneuze colitis voor 60 tot 75 van de antibiotica geassocieerde colitis en voor 11. tot 33 van de diarree geassocieerd met het nemen van antibiotica. Bij de pasgeborene jonger dan n maand wordt C difficile over het algemeen niet beschouwd. als een pathogeen aangezien het deel uitmaakt van de normale darmflora Rietra et al 1978. Volgens sommige auteurs is C difficile een niet te verwaarlozen oorzaak van diarree in de. pediatrische bevolking Mc Gowan et al 1999 McFarland et al 2000 Wanneer C difficile. verantwoordelijk is voor diarree bij het kind lijkt de aandoening zelfs meer ernstig dan bij de. volwassene en kan de vorm van een fulminante enterocolitis aannemen Price et al 1998. 20 tot 35 van de pati nten zullen minstens n terugkerende episode van CDAD vertonen. hetzij door recidief hetzij door herinfectie Wilcox et al 2003 Bij terugval toont de genotypering. van de stammen aan dat een nieuwe stam van C difficile in 10 tot 50 van de gevallen hiervoor. verantwoordelijk is Sommige pati nten vertonen een hoger risico van terugval nieuwe. blootstelling aan antibiotica leeftijd hoger dan 65 jaar serumalbumine van 2 5 g dl of verblijf in. een eenheid voor intensieve zorgen of ziekenhuisopname 16 tot 30 dagen na een eerste. episode De recidieven doen zich gemiddeld 6 dagen 3 tot 21 dagen na het stoppen van de. behandeling voor Bij 3 tot 5 van de pati nten kan zich tot 6 keer een recidief voordoen Pepin. et al 2006,Hoge Gezondheidsraad, Zelfbestuursstraat 4 1070 Brussel www health fgov be HGR CSS. 4 Risicofactoren, De blootstelling aan antibiotherapie die de intestinale flora kwantitatief of kwalitatief gaat wijzigen. is een belangrijke met het optreden van CDAD geassocieerde risicofactor Identificatie van de. vaakst vermelde antibioticaklassen is moeilijk omwille van de bias verbonden met de. aanwezigheid van andere risicofactoren het gebruik van niet correcte controlegroepen en de. beperkte studiepopulaties Recente studies uitgevoerd na de epidemie n gerelateerd aan. ribotype 027 in Canada impliceren eveneens de fluorochinolonen en in het bijzonder. moxifloxacine als risicofactor Niettemin zijn de cefalosporines de penicillines zoals de associatie. amoxicilline clavulaanzuur en clindamycine geassocieerd met het hoogste risico De. aminoglycosiden hebben minder neiging om een infectie met C difficile te induceren. waarschijnlijk doordat ze geen effect vertonen op de ana robe endogene flora van het. maagdarmkanaal Het effect van de anti Pseudomonas penicillines zoals piperacilline. geassocieerd met tazobactam is meer omstreden, De typische diarree vangt aan tijdens de antibiotherapie of snel na het stopzetten ervan Langere.
intervallen v r het optreden van de diarree tot 6 weken na het stopzetten van antibiotica. worden steeds meer beschreven Poutanen et al 2004 De gevolgen van het verwerven van C. difficile kolonisatie of infectie zijn eveneens gerelateerd aan gastheergebonden factoren zoals. de mogelijkheid van de gastheer om een passend immuunrespons te genereren De afwezigheid. van specifieke immuniteit tegenover de toxines IgG en IgA is geassocieerd met een meer. ernstig klinisch beeld en een veel hoger percentage aan recidieven Kyne et al 2001. Tabel 1 geeft de factoren weer die in verband worden gebracht met een hoog risico van CDAD. uit multivariaat studies,Tabel 1 Risicofactoren geassocieerd met CDAD. Intrinsieke factoren Extrinsieke factoren,Leeftijd Medicamenteus. Ernst van de onderliggende aandoening Antibiotherapie. Chemotherapie,Malnutritie Antacida,Hypoalbuminemie Medische procedures. Chronische nierinsuffici ntie Gastro intestinale chirurgie. Naso gastrische sonde,HIV Gastrostomie,Herhaalde lavementen. In ziekenhuis hospitalisatieduur,In WZC verblijfsduur 1 jaar.
risicofactor ge dentificeerd in woon en zorgcentra WZC. Hoge Gezondheidsraad, Zelfbestuursstraat 4 1070 Brussel www health fgov be HGR CSS. 5 Reservoir en overdrachtswegen,5 1 Overdrachtswegen. De overdracht gebeurt door rechtstreeks of onrechtstreeks contact en de besmetting faeco oraal. Het rechtstreeks contact heeft plaats tussen twee pati nten bewoners De overdracht via. onrechtstreeks contact is de frequentste en geschiedt via de handen van de zorgverstrekkers en. via de omgeving vloer badkamer toilet en het besmet materiaal thermometer bloed. drukmeter Manian et al 1996 bedpan bel, Brooks toonde aan dat het vervangen van een klassieke thermometer door een oorthermometer. of door een systeem voor nmalig gebruik het risico van kruiscontaminatie vermindert Andere. belangrijke maatregelen zijn de opleiding van de zorgverstrekkers in de toepassing van de. algemene voorzorgsmaatregelen het gebruik van handschoenen en de ontsmetting van de. omgeving Brooks et al 1998,5 2 Reservoir, Het belangrijkste reservoir voor de kruiscontaminatie is de symptomatische pati nt bewoner die. 1 Hoge Gezondheidsraad Zelfbestuursstraat 4 1070 Brussel www health fgov be HGR CSS PUBLICATIE VAN DE HOGE GEZONDHEIDSRAAD nr 8365

Related Books